KOFFIEDIK ZINGEN - Daniël Dee

ALLE LIEFDE IS GOEDE LIEFDE
We zijn allemaal losers, maar zij die het van zichzelf weten minder dan de anderen. De dichter in Koffiedik zingen is een loser naar mijn hart. Heel vaak gaat het over de liefde; die heerlijke, gemelijke, overweldigende, gecompliceerde, meedogenloze teringliefde. ‘I think that any love is good lovin' / So I took what I could get,’ dit citaat uit de bekendste hit van Bachman-Turner Overdrive zou deze dichter passen als een wollen want. Misschien gelooft hij diep in zijn binnenste wel in de hogere, zuivere en onverdorven liefde, waarbij geloven staat voor voetstoots aannemen, maar in werkelijkheid staat liefde voor zelden winnen, vaak verliezen, allerlei soorten vocht en af en toe een flinke dreun op je kop.
De schitterendste loser is hij die in zichzelf heel hard om zijn loserschap kan lachen. Hij – losers zijn zonder uitzondering altijd mannen – ziet zichzelf als een acteur in een warrig toneelstuk. Iedereen zegt maar wat. Slechte dialogen, overbodige handelingen, te weinig plot. Maar je staat toch maar mooi op de bühne, voor een publiekje. Het liefst van al zou je de zaal ingaan en iedereen een knuffel geven, vragen of ze a.u.b van je willen houden. Maar dan krijg je ineens zin om een paar handgranaten tussen dat kijkvee te mikken. Je weet het eigenlijk niet zo goed. Je wilt nu eens dit en dan weer dat, of soms twee tegenovergestelde dingen tegelijkertijd, en dat terwijl je van jezelf heel zeker weet dat je niet onberekenbaar of wispelturig bent, of lijdt aan de een of andere kortsluiting in je hoofd. Ergens is het fout gelopen: vóór de geboorte, tijdens de geboorte of na de geboorte. Who gives a fuck, het is nu toch te laat.
Ben je altijd al zo'n lieve cynische klootzak geweest? Als je er eens goed over nadenkt, ja, eigenlijk wel. Later kwam daar nog bij: geil, altijd geil. Als voetbal de belangrijkste bijzaak ter wereld is, dan is seks de belangrijkste hoofdzaak. Die eeuwige zoektocht naar mogelijkheden om klaar te komen in of op een vrouw, dat geeft de burger moed. Of ontneemt de burger moed. Objectief gezien weet elke veelspuiter dat ejaculeren zoiets is als niezen, maar dan wel duizend keer prettiger, terwijl niezen al zo prettig is, vooral als je het ongegeneerd doet, met wijd open bek, zonder hand voor de mond, niemand in de buurt, klodders vliegen in het rond.
Je begrijpt niet dat er lieden zijn die doen alsof het niet allemaal doffe ellende is. Kwallen van kerels die met een pretentieuze muil beweren dat ze de rode leidraad des levens hebben gevonden. Van die hufters die hun rolletje echt wel héél goed spelen. Hufters zijn zonder uitzondering altijd mannen. Vrouwen zijn nooit hufters. Vrouwen zijn vrouwen. ‘Ik hou van alle vrouwen, dat is een groot verdriet,’ zong Hans de Booij, waarbij ‘hou van’ ietwat klonk als een synoniem van ‘ook een beetje haten’. Jaloezie. Je kan als man je piemel afhakken, je van boven tot onderen laten verbouwen, maar nooit zal je weten hoe het voelt om een vrouw te zijn. Dat is groot verdriet nummer twee. Hopen maar dat reïncarnatie echt bestaat en dat je terugkomt als een knap ding met curves on all the right places. Liggend als de Noordpool met onder je kont een grote gasbel. Veroverd worden in plaats van te veroveren. Elke natie die naam waardig wil zijn vlag in jou planten. Begeerd worden in plaats van te begeren. Zachtjes opwarmen, langzaam smelten.
Weet je wat de gelukkigste wezens zijn op aarde? Regenwormen. Tweeslachtig. Die neuken zichzelf. Nooit gezeik.
KOFFIEDIK ZINGEN IN 10 CITATEN
‘ik bezit de formules / om de vier elementen / naar mijn hand te zetten // maar heb geen connectie met niemand / wanneer ik met een nieuwe geliefde uitga / zet ik zelfs nooit onze fietsen met sloten aan elkaar’
uit: ‘Wrede grap geen happy end’
‘ik houd van sanne niet van salsa / sanne houdt van salsa ik zal nooit met haar dansen / en vrijen doe ik met alice’
uit ‘Pruttelpolonaise’
‘wie waren de mannen die hier hun sporen trokken / met hun bokkige zweet hun zaad / en de winden in hun weldadige slaap’ […] ‘het zijn maar piemels / ik vind het toch ook niet erg / als mannen je een hand geven / zelfs als die ongewassen is’ […] ‘het is een voorrecht om op jouw kussen te mogen liggen / al vinden de mij lichaamsvreemde bacteriën dat waarschijnlijk ook’
uit: ‘Ballade van de palingworst’
‘als ik aanhalig ben / dan is dat uitsluitend / uit egoïstische overwegingen’
uit: ‘Profiel op rp’
‘jij vertelt hoe een vriendin / haar vriend al maanden belazert / alsof het dagelijkse kost is / en dat is het ook’
uit: ‘Een ansichtkaartje uit wat het paradijs had kunnen worden’
‘de film is kut / groots en meeslepend / peuter ik in mijn neus tijdens een ongegeneerde gaap’
uit: ‘Deze jam wordt nu een last’
‘en voor ik timemanagement is een manier om het werk / effectiever en efficiënter te laten verlopen kan zeggen is het alweer zondag’
uit: ‘Wat een gedoe die dagelijkse routine’
‘ik heb betere en vooral meer gesprekken met je dan je bloedeigen vrouw / zegt de pedaalemmer op kantoor / wijd en diep jouw liefde is een zee jij een nietige visser / zegt de pedaalemmer op kantoor // dave is de naam van mijn zoon vera van mijn dochter / vandaag wil ik eindelijk jouw echte naam weten / zeg ik tegen de pedaalemmer op kantoor // bel je vrouw dat je later komt noem het overwerk / zegt de pedaalemmer op kantoor ///’
‘Koninginnen van de nacht, II’
‘het transplanteren van een brein bleek uiteindelijk makkelijker dan verwacht / zoals bij elke nieuwe ontdekking achteraf // meer dan een stevige zaag een vaste hand en kalm beleid / is er niet voor nodig // ik ruilde mijn brein tegen dat van mijn hond boris / na drie dagen sprong mijn trouwe viervoeter van een brug’
uit ‘Hondenleven’
‘op de kleuterschool voor het eerst / de klas uitgestuurd – de eerste stap van / wat later een glansrijke carrière bleek – omdat ik / de slappe lach kreeg leendert zei namelijk dat marjolein / een kutkrekel was // marjoleins vader had op zolder van die boekjes met van die plaatjes / en marjolein trok wel eens haar broek naar beneden op de glijbaan / dan ging het stroef en dan piepte het // ik moest in de hoek op de gang / tot ik uitgelachen en hoewel dat vrij snel was / heb ik er de hele dag gestaan uit pure koppigheid’
uit ‘Identiteit’
Recensent: Philip Hoorne
Koffiedik zingen - Daniël Dee
Uitgeverij Passage, Groningen, 2007
ISBN 97890 5452 1778 - € 14,95








