CALLAHAN EN ANDERE GEDAANTEN - Onno Kosters
Dirty Harry, bijnaam van Harry Callahan en glansrol van Clint Eastwood, is ook maar een mens. Natuurlijk is hij voorál een keiharde cop en fervent bestrijder van het kwaad, dat woekert en leeft in de grote, Amerikaanse stad, maar onder dat masker schuilt iemand van vlees en bloed, net zoals u, ik en Onno Kosters. Laatstgenoemde weeft de titelcyclus van zijn omvangrijke debuutbundel Callahan en andere gedaanten om het filmpersonage heen. Superheld op sokken, die dan weer rond zijn versvoeten slobberen, zal ik maar zeggen. Callahan als alter ego voor de dichter, een beetje zoals Humphrey Bogart dat was voor Woody Allen in de film 'Play It Again, Sam' uit 1972: ironisch maar behulpzaam op de achtergrond.
Dirty Harry figureerde in vijf klassieke films, films die niet toevallig hun titels hebben uitgeleend aan de vijf gedichten waaruit de cyclus Callahan bestaat: 'Sudden Impact' (1983), 'Dirty Harry' (1971), 'Magnum Force' (1973), 'The Dead Pool' (1988) en 'The Enforcer' (1976). In de films zien we Harry steeds ouder en amechtiger worden. In de eerste films is onze held nog onaantastbaar, later begint de leeftijd een rol te spelen en kan hij zijn werk alleen ten koste van grote fysieke inspanningen verrichten. Bovendien wil het tussen Harry en de vrouwen ook niet echt vlotten, en als hij al eens een relatie heeft, wordt vrouwlief vermoord en blijft hij, als altijd, alleen achter. Voor de dichter geldt helaas – maar dan net anders, want hij laat de films over Dirty Harry niet chronologisch op elkaar volgen en concentreert zich vooral op zijn eigen verhaal – zo ongeveer hetzelfde: Callahan geeft de beschrijving van een dichter die, in het midden van het woud aangekomen, het spoor enigszins bijster dreigt te raken, die niet meer zo gemakkelijk door het leven stapt als voorheen, maar dat wel alleen zal moeten doen.
Op 14 oktober schreef Adriaan Jaeggi in het Parool het volgende: ‘(...) het zwaartepunt van deze bundel ligt op het einde: Callahan is een cyclus gedichten over een man in een midlife-crisis die op een avond op tv een film met Clint Eastwood ziet. Het contrast is immens: het huis-tuin-en-keukenbestaan van een sul met een suf baantje (...), tegenover het spannende leven van de bikkelharde cop met de legendarische oneliners: ‘Do you feel lucky? Well, do you, punk?’ Kosters versnijdt die oneliners en scènes uit de Dirty Harry-films met het dorre leven van de man op de bank.’ Toch speelt er iets anders mee. Kosters voorziet de cyclus namelijk van een motto van James Joyce, uit diens roman-achtige boek Ulysses: ‘Analogous scenes are occasionally, if not often, met with.’ Aha! – en meteen betreden we een modern, post-modernistisch spiegelpaleis (de bundel zit werkelijk tjokvol verwijzingen, citaten en allusies). Een spiegelpaleis dat Kosters ingenieus in elkaar heeft gezet – ik geef het je te doen: Clint Eastwood, James Joyce en des dichters leven, allemaal in één cyclus, vol met zeer fraaie regels en tekstflarden. De reeks begint zo:
Sudden Impact
De sfeer is om te schieten.
De sleutel tot zijn falen
is het geheim van zijn succes.
Callahans blik doorstaat
het vuur in de ogen
van de dienstdoende ambtenaar.
Go ahead. Make my day.
Ik ben, zal ik hier maar toegeven, een groot liefhebber van de Dirty Harry-films. Ze hebben een prettige vanzelfsprekendheid, er wordt goed in geacteerd en ze zijn niet zo loodzwaar als de titels doen vermoeden. Bovendien is de wereld zoals die in de films wordt gepresenteerd behoorlijk overzichtelijk: je hebt goed en je hebt kwaad, en het goede overwint, zij het na een lange strijd. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Daarnaast ben ik enigszins groen van jaloezie omdat Kosters op het idee is gekomen om deze filmfiguur en zijn filmverhalen om te zetten in poëzie, om er, als ik dat zo mag zeggen, zijn eigen verhaal in poëzie aan vast te schrijven. Heel soms heb je dat. Dat je iets leest en denkt: ‘Was ik maar op het idee gekomen.’ Maar ja, zo werken die dingen niet en Harry zou deze kinderachtige jaloezie, denk ik, afkeuren. Ook al weet hij aan het eind van de cyclus zelf niet meer waarheen of waarvoor:
Maak de kachel aan, Callahan.
Later, op een eiland in het midden
van wat weer water werd,
laaiend en
R.E.M. dreinend
op de achtergrond,
komt Callahan tot de conclusie,
En dat was dat. In tegenstelling tot Callahan zelf, die ondanks alle vreselijke dingen die hij meemaakt stevig wortelt in een zelfgemaakte, staalharde moraal, kan Kosters niet tot een sluitende conclusie komen – en dat biedt een mooi einde van de cyclus, die op deze manier tevens wordt gered van een stellingname, op welk gebied dan ook. Zowel Callahan als de naamloze tweede hoofdpersoon verdwijnen achter de komma.
Callahan wordt voorafgegaan door drie andere cycli: De man in de muur, NS zet bussen in en Polaroids. Vooral NS zet bussen in is een ijzersterke cyclus, die voornamelijk bestaat uit mijmeringen rond de door Nederlandse treinreizigers zo gevreesde zinsnede, die altijd uitdraait op ellenlange vertragingen en bittere ellende:
We zijn er aan toe. Wachten op
vervangend vervoer. Het kan nog wel
even duren, weken duren, je weet het
niet, je weet van niets omdat er niets
wordt meegedeeld. Borden zwijgen in een
taal of twee. Do not board this train.
Rovertijd. Niet instappen. Soepel
glijdt een vliegtuig over. Schiphol
komt naar je toe. We komen er wel maar
zij staan ervoor. Even kraakt het spoor,
het lijkt de trein bijster. Wij zien ons
in een ander licht, doen de ogen dicht.
In wat je verraderlijk languissant voortkabbelende zinnen zou kunnen noemen, werkt Kosters naar een conclusie toe die er, net als in Callahan, geen is: ‘in het helgeel een vermoeden, oversteken ja of nee.’ Waarna een oorverdovend zwijgen over deze cyclus neerdaalt. Gevreesd moet worden dat de dichter nog steeds op de bus aan het wachten is. Hopelijk krijgt hij daar, ergens alleen langs de spoorlijn, inspiratie voor een volgende bundel. Tot die verschijnt bladeren wij af en toe nog eens door de bundel en lezen dan bijvoorbeeld dit kleine stilleven, een ode aan Joseph Brodsky:
In deze allerkrakkemikkigste
dodentuin tussen dodentuinen
op een eiland in het midden
van het leven zijn graf.
Joseph Brodsky.
Niets verstoort de stilte rond de
pennen en het lezende engeltje
aan zijn graf dan de zon en de
slijptol van de zerkenmaker.
Is er dan niets op deze bundel aan te merken? Natuurlijk wel, maar ik heb vandaag mijn vriendelijke bui en wil het laten bij deze positieve woorden. Omdat ik ze meen, en omdat ik vind dat de bundel meer aandacht verdient dan hij tot nu toe heeft gekregen.
POËZIERAPPORT: 8,5 / 10
Recensent: CHRÉTIEN BREUKERS
‘Callahan en andere gedaanten’ - Onno Kosters
Uitgeverij Contact, Amsterdam, 2004
ISBN 90 254 1897 X - € 17,50







