maandag, november 22, 2004

OVER WAAIERLOZE WEGEN - Huisdichter Cornelis!



Waarom neemt iemand die Cees van Zuilen heet het pseudoniem Huisdichter Cornelis! aan? (Het uitroepteken is niet van mij trouwens, dat hoort erbij.) Het enig juiste antwoord op deze vraag zou zijn: omdat hij zich te pletter schaamt voor de gedichten die hij heeft geschreven en geen zin heeft om daar onder zijn eigen naam voortdurend lastig mee te worden gevallen. Maar helaas is dat niet het geval, want de Huisdichter onthult zijn eigen naam en laat op de achterflap van zijn boekje bovendien pontificaal vermelden dat hij in het ‘dagelijkse leven’ – is er een ander leven dan het dagelijkse? – kroegbaas is van café De Prins in de Amsterdamse Jordaan. Amsterdamse Jordaan dus, niet te verwarren met de Jordanese Jordaan, wat een rivier is, geloof ik.

Nee, de huisdichter neemt een pseudoniem aan uit joligheid, omdat hij nu eenmaal niet zomaar een kroegbaas is, maar een gekke jongen, iemand die anders is dan anderen, iemand die... ik durf het hier bijna niet op te schrijven... iemand die wel eens een gedichtje schrijft en dat dan doet afdrukken in 'Het schavot', de zaterdagse sportrubriek van de Volkskrant, in 'De Muur', het onvolprezen wielertijdschrift, en die zelfs teksten mocht of mag leveren aan de rokende televisiepuinhoop 'Maandag Prinsjesdag'. Ik citeer de achterflap: ‘De mooiste wielergedichten zijn nu gebundeld in 'Over waaierloze wegen'.’ En: ‘Hij publiceerde eerder 'Sportpoëzie'.’ Op de website sportboek.nl lees ik over deze bundel het volgende: ‘Huisdichter Cornelis, Sportpoezie, Den Haag: Horus, 2002. Paperback, 27 p. Literair sportcahier nr. 4, Gedichten over o.a. de Zesdaagse, Ajacied Rafael v.d. Vaart, Gretha Smit. Gedichten zijn eerder gepubliceerd in het sportkatern van de Volkskrant (...).’ Cornelis is niet alleen een gekke jongen, hij is ook hardleers: na een bundeltje in de betrekkelijke anonimiteit, iets waar zo'n jongen toch van zou moeten hebben geleerd, komt hij nu met een bundel bij Veen, en dat is andere koek, dan loopt hij het risico om tegen een sacherijnige recensent aan te lopen, alors, tegen mij, in dit geval.

Maar laat ik beginnen bij hetbegin. Het eerste gedicht heet Baantraining en gaat als volgt:

Trappers die doortrappen
Stuur zonder remkabels
Huisdichter tolt in het
Rond op het hout

Hoog in de bocht en al
Centrifugerende
Denkt ie misschien ben
Ik hiervoor te oud


Nou, dat is toch... een gedicht, zou je zo zeggen, op het eerste gezicht. Er zit zelfs, eerlijk waar, een beetje rijm in. Jawel, lees maar: de vierde regel eindigt met... hout. En de achtste regel met... oud. Hout-oud... rijm. Heerlijk, poëzie die nog zo onnadrukkelijk maar toch vakkundig kan rijmen. Light verse op de koop toe, want het is een Ollekebolleke, een door Drs. P geïntroduceerde versvorm. Bovendien gebruikt onze huisdichter, die dekselse schavuit, een procédé dat er niet om liegt: hij spreekt over zichzelf in de hij-vorm: Huisdichter tolt in het/Rond op het hout... en die Huisdichter, dat is dus Huisdichter Cornelis! zelf! Waarmee hij dan weer aangeeft dat de baantraining ondergaande huisdichter iemand anders is dan de biertjes verkopende kroegbaas, in de Jordaan, de Amsterdamse bedoel ik, van het dagelijkse leven – dat begrijpen wij als doorgewinterde poëzielezers natuurlijk meteen, want wij hebben ooit geleerd dat de hoofdpersoon van een boek of een gedicht niet mag worden verward met de schrijver ervan. Nee werkelijk. Voeg dit bij het ontbreken van interpunctie en het consequente hoofdlettergebruik aan het begin van elke versregel en het beeld van een vakman pur sang is compleet. Cornelis tooit zich met dichterlijke attributen, terwijl hij net zoveel gevoel heeft voor poëzie als een melkkoe voor Parijs-Roubaix, om een beetje in zijn straatje te blijven.

‘Maar is er dan helemaal niks goeds over dit boekje te melden?’ – hoor ik de wanhopige lezer van deze recensie roepen. Nee, helaas. De toon die in het eerste gedicht wordt gezet, weet Huisdichter Cornelis! bijna meesterlijk vast te houden. Iemand had de goede man duidelijk moeten maken dat gedichten over wielrennen ook gedichten moeten zijn. Dat in stukken gehakt proza niet ineens poëzie wordt als je het in een boekje laat zetten en dat boekje vervolgens dichtbundel noemt. Maar dat heeft niemand gedaan, sterker nog: er is zelfs een uitgever die de tappende wielerdichter in zijn waan – een dichter te zijn – heeft bevestigd. Het resultaat ligt nu al dagen voor me op mijn werktafel en ik kan er, maar dat had u al gemerkt, bijna niet over uit.

Er zijn mooie gedichten geschreven over de wielersport. Willie Verhegghe heeft meerdere bundels geschreven waarin hij dat bewijst. De paar gedichten die Peter Winnen tot nu toe publiceerde getuigen van meer dichterlijk inzicht dan alle gedichten in de hele bundel van Cornelis bij elkaar. F. Papenhove, Dimitri Verhulst en zelfs Harry Zevenbergen schreven de afgelopen jaren fraaie wielergedichten voor De Muur. Het kan. Het is niet onmogelijk. Het hoeft niet tot zo'n onbenullig geheel te leiden. Je gaat je op den duur gewoon afvragen of café De Prins het boekje financiert, zo erg is het allemaal. Gedicht na gedicht neuzelt meneer Van Zuilen door, zonder ook maar één beklijvende zin te hebben bedacht.

‘Waarom maak je je toch zo druk over dit vod?’ hoor ik de wanhopige lezer van deze recensie ook roepen? Welnu, dat zal ik proberen uit te leggen. Grote uitgeverijen, zoals uitgeverij L.J. Veen, geven steeds minder poëzie uit. Elke bundel die verschijnt, drukt een groot aantal andere bundels die óók hadden kunnen verschijnen weg. Onze jolige huisdichter wordt niet naast andere bundels uitgegeven, dan had ik er een beetje vrede mee kunnen hebben, maar in de plaats ván andere bundels. Zoiets is onverteerbaar en onterecht. Daar gaat zelfs de suggestie van uit dat Huisdichter Cornelis! een echte dichter zou zijn, vergelijkbaar met dichters als Sjoerd Kuyper en Gery van der Linden, twee fondsgenoten bij Veen van wie je kunt vinden wat je vindt, maar echte dichters zijn het wel. En dus is de uitgave van des huisdichters boekje een gotspe, om een collega van Cornelis te citeren, namelijk de dichtende, thans zonder betrekking zijnde trainer en voetbalbestuurder Louis van Gaal, uit de Amsterdamse Watergraafsmeer, niet de Leeuwarder of de Weertse Watergraafsmeer.

Poëzie is geen heilig huisje. Een grapje? Graag. Oneerbiedigheid? Geen moeite mee, integendeel. Maar tegen het verschijnen van een onverschillige, gemakkelijk in elkaar gedonderde bundel, een bundel waar volgens de auteur en de uitgever gedichten in staan, iets wat aantoonbaar niet het geval is, tegen het verschijnen van een dergelijke bundel wil ik, bij deze, protest aantekenen.

Ik geef de dichter het laatste woord. Hier volgt alweer zo'n door de Muze hoogstpersoonlijk bij Cornelis ingeblazen meesterwerkje. Nog maar een Ollekebolleke, ook. Het heet TOUR 2003:

Prachtig Bianchi-shirt!
Lance de almachtige
Vindt dat het zeegroen
Der Jan beeldig staat

Inktzwart de dag dat de
Hors-categorische
Duitser iets geels aantrekt
En hem verslaat...


POËZIERAPPORT: 1 / 10


Recensent: CHRÉTIEN BREUKERS

'Over waaierloze wegen' – Huisdichter Cornelis!
Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam, 2004
ISBN 90 204 0377 X - € 13,50

|