donderdag, februari 03, 2005

SOMS VAAK - Judith Herzberg



Bij de bundel kreeg ik een mededeling van de uitgeverij : ‘Judith Herzbergs poëzie is door de jaren heen al op heel verschillende en unieke manieren gepubliceerd: van de Rainbow-pocketuitgave Doen en laten (op dit moment meer dan 100.000 exemplaren verkocht) via een kussensloop met een slaapliedje, tot de cd Het vertelde en recentelijk het ‘poëziedoosje’ Weet je wat ik ook nooit weet. De bundel Soms vaak verscheen mede ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag en bevat, naast nieuwe poëzie, alle gedichten uit de bundel Staalkaart die uitgegeven werd door Poetry International ter gelegenheid van Gedichtendag 2001.’

Toen ik begin jaren zeventig de poëziemarkt verkende was de naam van Judith Herzberg als dichteres al een feit. Ze debuteerde in 1963, volop in de tijd dat o.m. Bernlef en Schippers met het aanvankelijk kleine tijdschriftje Barbarber, tijdschrift voor teksten, een nieuwe plaats gingen krijgen in de literatuurgeschiedenis. Vormden zij een tegenreactie voor de ‘lyriek’ die eigenlijk de Vijftigers al hadden willen afschaffen of waren zij een natuurlijke evolutie in het spoor van het neo-dadaïsme, het Nouveau Réalisme, de Pop Art en de conceptuele kunst? Judith Herzberg paste met haar toegankelijke, vaak zeer eenvoudige en soms geëngageerde gedichten perfect in het ‘straatbeeld’ van de poëzie van de jaren zestig/zeventig. Ook Vaandrager, Armando, Hans Verhagen en Hans Sleutelaar gingen hun poëzie vermommen als informatie, communicatie, slogan en reclame. In een korte programmatische tekst zei Armando "Niet de realiteit be-moraliseren of interpreteren (verkunsten), maar intensiveren. Uitgangspunt : een konsekwent aanvaarden van de Realiteit.
Werkmethode: isoleren, annexeren. Dus : authenticiteit. Niet van de maker, maar van de informatie. De kunstenaar, die geen kunstenaar meer is : een koel, zakelijk oog."

Waar Judith Herzberg in haar eerste bundels nog een typisch vrouwelijke stem combineerde met wat maatschappijkritiek en wat engagement, heeft zij dit in haar latere bundels verlaten om meer nog dan vroeger een neutrale houding aan te nemen ten opzichte van de haar omringende wereld. Hier en daar bespeur ik een Vader Cats-achtig trekje in haar vele teksten en ik vraag me soms af of een ouder wordende kunstenaar zich niet eerder moet beperken in opschrijven van de dingen dan wel in dagboekstijl elke gedachte, elke ervaring te willen in een poëtische vorm gieten.
Naast de gedichten waarin zij de werkelijkheid registreert en soms alleen maar registreert, zoals in Ja en Leren eren, gaat zij in andere verzen door op een gegeven woord; via ontwikkeling en ontleding van het woord zelf, en soms een beetje van de betekenis erachter, ontstaat op kabbelende wijze iets wat je met moeite een gedicht kunt noemen, eerder een bedenking (Behoedzaamheid; Maliënkolder)

Nederlanders die blijkens de verkoopcijfers meer van poëzie houden dan Vlamingen, houden ook meer van gelegenheidsverzen dan wij, maar of een gevestigde dichter elke gelegenheid moet aangrijpen om een gedicht te schrijven, is een andere vraag. Dan moet een dichter met ervaring en métier m.i. eerder zichzelf beperken dan uitbreiden.
In Soms vaak vinden we teksten als:

Raad

Komt Klaas Vaak vaak
veel te laat? Dan :
niet op hem gewacht!
Goede nacht.



Toespraak

In de hoop in de hoop
in de hoop
in de hoop dat
in de hoop in de hoop

en zo nog twaalf regels verder om te eindigen met
in de hoop.


In het gedicht Ja hebben we nog een eigen inbreng, een eigen interpretatie van de dichteres over de manieren van ‘ja’ zeggen, maar dit is weeral niet genoeg om van de tekst een gedicht te maken. Hier en daar staan in deze bundel goeie gedichten, zoals Grootouders, Woestijnwind 1 en 2 ( over Israël), maar bijvoorbeeld Sexles is weer net te veel registratie en net te weinig condensatie. In een gedicht zie ik liever niet een opkomende gedachte zichzelf met woorden uitbreiden, maar moeten een aantal gedachten samengebald worden, verdicht worden tot goedgekozen woorden. En niet te vergeten dat vleugje ontroering, dat snuifje ‘hart’ dat van een tekst poëzie maakt.
In het gedicht Ingemaakt waar de fruitsoorten als diverse metaforen voor mensen worden gebruikt, is dan weer het slot 'de bruisende jam-session waar iedereen zo in opging’ meer iets voor populaire en kinderpoëzie (waar Willem Wilmink een meester in was).

In een bespreking van een dichteres met grote naam als Judith Herzberg, die wellicht ook heeft geleden onder de manier waarop mannelijke recensenten maar al te graag haar typisch vrouwelijke gedichten uit de bundels lichtten, en bloemlezers alleen maar haar leuke gedicht Afwasmachine tot ten treure toe opnamen in hun schoolboeken, en niet haar maatschappijkritische gedichten, durf ik het woord ‘Sinterklaasverzen’ niet gebruiken, maar ze had deze bundel misschien beter opgesplitst in de meer column-achtige teksten en verzen en de echte poëzie.

Tot slot, toch twee heel mooie gedichten, om de echte dichteres te eren.

Vergeefs

Vergeefs hangt in de vorm van duizend rijpe
appels aan de boom die op twee zware
ellebogen steunt. Er is een hek omheen.

Vergeefs laat zich steeds voorstaan
op alles waar het niet naar haakt
alsof het zich daarmee rechtvaardigt.

Vergeefs woekert in vorm van (opzoeken,
is niet te vinden bij ’ eetbare planten’)
over wat eens de moestuin was.

Vergeefs is gul met diggelen
met zwartgeblakerd maar nog meest
met as en pulver.

Vergeefs heeft nooit gegeven om dingen
waar een deel van breekt; het glanzend
binnenste van thermoskannen.

Vergeefs heeft niet kunnen vermijden
te worden wat het werd; had liever
bijwoord willen blijven.

Vergeefs ligt altijd op de loer
vermoedt, maar
slaat niet toe.

Van vrede kent vergeefs verwoede
wensen. Dat telkens weer
begeerd opeense.

Vergeefs heeft nooit belangstelling
gehad voor de normale overgave,
de daagse



Niet gebeurd

We waren stompjes, rompen
zonder ledematen, we lagen in de modder
bij een tot puin geschoten Rijksmuseum
en konden elkaar alleen nog
aan onze stemmen herkennen.
Ik geloof zelfs dat ik je
deze droom nog heb verteld.

Intussen is zoiets hier niet gebeurd.
Wel ben ik aan mijn grijze haren
achter jouw praalwagen van leugens
door de straten van de stad gesleurd.


POËZIERAPPORT : 6,5 / 10 voor de bundel - 9,5 / 10 voor de goeie gedichten

Recensent: PATRICIA LASOEN

‘Soms vaak’ – Judith Herzberg
Uitgeverij De Harmonie, Gent, 2003
ISBN 90 6169 732 8 - € 12,50

|