FOCUS - Bernard Wesseling

De jury van de C. Buddingh'-prijs 2007 bestaat uit achtenswaardige dichters. Eva Gerlach, Erik Lindner en Bart Meuleman. Wie zou er zijn eersteling niet aan toevertrouwen? Wie zou niet, bedwelmd door de kwaliteiten van deze grote voorgangers, of roergangers, ja, dat is een beter woord, wie zou niet benieuwd zijn naar hun oordeel over het boek, waarmee je de eerste wankele schreden op het dichterspad zet?
En wie zou, als alles goed is gegaan en als de zeer achtenswaardige dichters, de roergangers, de voorgangers in het poëticale debat, jouw boek hebben uitverkoren, niet gelukkig zijn als zij – deze achtenswaardige... collega's – je uitriepen tot een ‘een ambitieus dichter’? Ik kan me geen dichter voorstellen die dan niet van vreugde een luchtsprong zou maken. Eva Gerlach, Erik Lindner en Bart Meuleman vinden jou, nee, je bundel, Focus, de fijnste debuutbundel van het jaar. La. Di. Da.
Ik citeer van Boekbalie, waar weer wordt geciteerd uit het juryrapport, dat meestal Olympische essay vol wijsheden: 'De wereld waarop hij zijn blik, zijn focus (hé, een woordgrapje, CB) richt, is zeer hedendaags en in de greep van een alomtegenwoordige beeldcultuur. Die wereld is bovendien weerzinwekkend, onverdraaglijk, banaal, duister, moedeloos makend. Hij kijkt ernaar,' aldus de jury, 'met de opengesperde blik van Alex in de film A Clockwork Orange van Stanley Kubrick, maar hij kijkt uit vrije wil.' Juist ja. De begrippen 'verontrustend' en 'noodzakelijk' zijn ongetwijfeld niet ver weg, als ze al niet in het juryrapport staan. Maar dat kan ik nu niet controleren.
In de greep van een alomtegenwoordige beeldcultuur. Weerzinwekkend. Onverdraaglijk. Banaal. En zo verder. Oh ja, en A Clockwork Orange – uiteraard, want de jury is niet van de straat (zij is achtenswaardig) en kent haar klassiekers, in woord en beeld.
De enorme poëziekenner Erik Jan Netwerk Harmens ('Hélène Gelèns en Bernard Wesseling lijken me kansloos voor de zege.') schreef in de Groene dat Wesselings werk een belofte inhield, maar – en laat ik Harmens zelf citeren, want soms is het beter om de ontzetting met opengesperde blik tegemoet te treden – 'De taal is welkom, maar nog te weinig standvastig of eigen.'
Hoe zit dat nu, na deze inleiding, met het werk van Wesseling zelf? Hoe verhoudt zich dat tot de over hem uitgegoten lof? Ik citeer uit het gedicht 'Omstandigheden uit te breken': 'Neem een personage / geef dat personage een virus om zijn antivirus te redden / (bedenk iets - iets)'. Kalme, brave regels, niet geweldig, niet slecht; heel... aardig eigenlijk. Veel ontzetting is er niet te bespeuren, maar ik ben dan ook geen achtenswaardig man.
Een heel gedicht dan? Als proefstuk. Ik neem 'Figuur', waar Wesseling zelf op de website van Poetry over zei: ‘het bekentenisachtige bevalt me en daarbij illustreert het voor mij op eerlijke wijze hoe we proberen overeen te komen met wat er van ons gemaakt wordt.' Geen idee wat hij precies bedoelt, maar we doen ons best en beginnen te lezen:
Figuur
Wie soms denkt dat hij alle mensen is
hurkt als in hout onder aan een totempaal en draagt
zich met de totems
waaruit anderen opmaken wat zij willen
Zo iemand overleeft door in een figuur te veranderen
die eerst bijzonder gevonden wordt
daarna typisch
Kiest zichzelf uit als op een uiterlijk
dat hem beter staat en waarvan later
alleen nog een vale tattoo getuigt; de draak, een onmogelijk beest
De macht van die gemaakte keuze moet hij blijven demonstreren
Vaak dwingt hij te raden wie hij nadoet want dat heeft hij graag
en hij doet zichzelf steeds beter tussen
telkens iemand anders
Een alleraardigst gedicht. Net wat u zegt. Het lijkt zelfs een gedicht. En het is ook zo lief. Zo gevoelig. 'Wie soms denkt dat hij alle mensen is'. Verdomme ja, dat heb ik ook wel eens. 'en draag / zich met de totems'... potverdorie, wederkerende voornaamwoorden zijn nog niet dood, na Faverey. Welnee. 'De macht van die gemaakte keuze moet hij blijven demonstreren'. Tuurlijk . Waarna de afwikkeling inderdaad een afwikkeling inhoudt. Hoe dat met die beeldcultuur zit weet ik niet, al is een totem een beeld, zoveel is zeker.
Bernard Wesseling. Onthou die naam. Het is een beloftevolle dichter, die een lieve bundel heeft geschreven. Een bundel die inderdaad een belofte inhoudt. Dat de jury – een achtenswaardig lichaam, geheel samenvallend met de grote rol die het speelt – hem nu in de hoek van de ontzetting probeert te duwen, is jammer. Maar Wesseling zal ook dat overleven, om te herrijzen... als een achtenswaardig man.
Recensent: Chrétien Breukers
Focus – Bernard Wesseling
Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2006
ISBN 90 468 7459 6 - € 14,90







