VERSLAG VAN EEN ONAANVAARDE DOOD - Chaja Polak

'In ieder leven vinden drama's plaats. Geliefden worden gek en beroven zich van het leven, kanker en Alzheimer slaan toe, er breekt oorlog uit of een vloedgolf vaagt je woning weg. Dat is allemaal heel erg, maar vreemd genoeg slagen de meeste mensen erin na een periode van verdriet de draad van hun leven weer op te pakken, sadder and wiser. Je moet ook wel, want je omgeving krijgt na een paar maanden genoeg van je gezeur.'
Dit schreef Piet Gerbrandy, niet in zijn testament, maar in een recensie die de Volkskrant ergens in 2004 publiceerde. Deze recensie had tot onderwerp De tussentijd, een bundel waarin Anna Enquist nogal onverbloemd schreef over de plotselinge dood van haar dochter, in 2001. Een leerzaam fragment, waarin we leren dat er voor het verwerken van rampspoed, in het universum van Piet Gerbrandy, een paar maanden staat, want anders krijgt 'je omgeving (...) genoeg van je gezeur.' Vette pech voor die omgeving, zou ik op mijn beurt zeggen.
Gerbrandy is een interessante recensent, die het soms goed ziet, maar vaker wordt verblind door zijn 'smaak', waarin een postpuberale hang naar vieze praat en een semi-wetenschappelijke hang naar academisch geneuzel om voorrang strijden met belezenheid en smaak (zonder aanhalingstekens). Het leven is te kort om je overal druk om te maken, maar dit moest me, naar aanleiding van een andere dichtbundel, het eigenlijke onderwerp van deze recensie, toch even van het hart.
Voor me ligt Verslag van een onaanvaarde dood, het poëziedebuut van Chaja Polak. De flaptekst meldt: 'Chaja Polak verloor begin 2006 haar oudste zoon. Zij dacht nooit meer te kunnen schrijven. (...) Maar de woorden lieten zich niet binnen houden en onder haar handen ontstond zowel proza als poëzie.' Het proza is verzameld in Wachten op de schemering, dat tegelijk met de bundel is verschenen. Ik laat dit boek buiten deze recensie, voornamelijk omdat ik het niet heb gelezen. De bundel heeft als opdracht: 'denkend aan krijn-jan 17-9-1965 - 8-2-2006. De paar maanden zijn voor Polak dus ruimschoots voorbij.
Bevat Verslag van een onaanvaarde dood poëzie? Ik bedoel, bevat Verslag van een onaanvaarde dood poëzie ondanks de overduidelijk autobiografische achtergrond van de verzen? Of zijn alle bundels autobiografisch van aard, en ligt het er bij de ene gewoon iets dikker bovenop dan bij de andere? Is het gepast om leed uit je privé-leven te exploiteren in poëzie (en proza; een vraag die ook P.F. Thomése kreeg toegeworpen, toen hij Schaduwkind, een bundel proza die toevallig bij dezelfde uitgever als die van Polak verscheen, publiceerde)?
Mijn antwoord zou zijn: 'Ja, soms wel'. Verslag van een onaanvaarde dood is geen sterke bundel, maar ook geen heel erg slechte, hoewel je hem onmogelijk kunt lezen zonder bij elke regel te denken aan de echt gebeurde tragedie die eraan ten grondslag ligt. Is dat erg? Nee. Maar het maakt de criticus – die geen zin heeft om met zijn grote voeten op dat persoonlijke verlies te gaan staan – aanmerkelijk machtelozer dan hij wil zijn.
Ik bedoel, gedicht 32 is eigenlijk geen gedicht:
hij is het huis binnengegaan
door de gangen naderen zijn geliefde voetstappen
de kamerdeur staat open, daar is hij, mijn jongste zoon
de lucht in de kamer
wordt voelbaar
wordt als water waardoorheen hij
waadt met hevige stappen tot aan
de rand van mijn wang,
waarna de lucht zich verdicht
zich niet meer opent voor die ander, zijn broer
Zo’n gedicht waar je, in andere gevallen, als er andere dichters en andere bundels in het spel zijn, de vloer mee aanveegt, ook al weet je best dat zoiets wel erg gemakkelijk gaat; zo’n gedicht vraagt er bijna om, om eens met de grond gelijk te worden gemaakt. Maar... dan denk je weer aan die opdracht; je kijkt eens naar de portretjes op je bureau; en je denkt, nee... nu even niet.
Daarom citeer je maar liever 34 Klote antwoordapparaat:
met Uw hand,
maar voorzichtig, voorzichtigaan
neemt zijn stem
kleedt die aan
reikt hem zijn ontnomen lichaam, geeft
hem zijn adem
zijn naam
nu
ligt
zijn
stem
zo halsloos
in het licht
... een gedicht waarvan je in elk geval kunt schrijven dat het niet slecht is, of eigenlijk wel goed, op die laatste twee regels na, die je niet begrijpt (en je moet er nu ook eens mee ophouden om ‘je’ te schrijven, als je ‘ik’ bedoelt).
Ik weet, kortom, niet wat ik met Verslag van een onaanvaarde dood aan moet. Het is geen goede, geen slecht bundel. Hem afbranden is niet eerlijk, hem de hemel inprijzen ook niet. Ik heb wel degelijk respect voor het gemis dat de auteur in dit boek probeert te omschrijven. Dat wil ik niet, zoals Gerbrandy, neersabelen in semi-gebeeldhouwd proza (al zou het, suja suja, best terecht zijn). Ik voel me ongemakkelijk bij deze bundel – een bundel die de vraag ‘wat is poëzie wel en wat is poëzie niet’ voor mij vandaag opnieuw actueel maakt; dat dan weer wel.
Recensent: Chrétien Breukers
Verslag van een onaanvaarde dood - Chaja Polak
Uitgeverij Contact, Amsterdam – 2007
ISBN: 9789025425661 – €19,90







